Menselijkheid en imperfectie

Voor de figuur die ik aan het maken ben, gebruik ik geen model. Ik werk op gevoel en kijk zo af en toe naar mijn eigen hand, voet of knie. Wel heb ik de ijzeren staven van het geraamte langs mijn lichaam gehouden om een indicatie te krijgen van de afmetingen. Het wordt daarom geen perfecte anatomische weergave van een lichaam. Toch ziet het er heel menselijk uit. Ik denk dat juist imperfectie zorgt voor een menselijke, kwetsbare uitstraling.

Gaandeweg zie ik onvolmaaktheden ontstaan. Moet ik deze behouden of wegwerken? Zo zijn de voorvoeten nu wat groot in verhouding tot de slanke benen. Voorlopig houd ik het zo. Het stoort me niet. Integendeel, het levert een mooie tegenstelling op: de figuur staat met haar voeten stevig op de grond, terwijl ze er verder zo fragiel uitziet. Pas als de figuur verder voltooid is, weet ik of het klopt.

IJlheid en zwaartekracht

 

IJle, transparante vormen worden het, geïnspireerd op kleine organismen die in het water zweven. Toch zien ze er ook weerbaar uit met stekels en sprieten. De constructie van ijzeren ringen doet denken aan een maliënkolder.

Om het stugge metaal in een bolle vorm te krijgen, maak ik gebruik van de zwaartekracht. Het nieuwe organisme hangt op zijn kop over een bal tot het groot en stevig genoeg is om rechtop te staan. Dan neemt het zelf een vorm aan – nooit blijft het een perfecte bol – en die maak ik verder af. Zo groeit het langzaam uit tot een veelvormige groep.