Evolutie

Dit werk is in een jaar flink geëvolueerd. Eerst was het onderdeel van de installatie Say no Evil en lag het op de grond als een bubbelend moerasje. Na een expositie werd het een hachelijk obstakel in mijn atelier en heb ik het aan de muur gehangen op de gang. Dat pakte verrassend goed uit. Tegen de witte achtergrond kregen de ringetjes een mooie grafische kwaliteit. Het enige nadeel was dat het werk zo flexibel was dat het niet goed zelfstandig kon hangen. Daarom had ik het op grote panelen bevestigd zodat het in vorm zou blijven voor de volgende expositie.

Toen vervolgens de kunstcoördinator van de HAN haar oog erop liet vallen en zei dat ze er wel een mooie plek voor wist in het gebouw aan de Kapittelweg 33 in Nijmegen, heb ik alles weer losgehaald en een constructiewijze bedacht waarbij de delen wel vrij mogen hangen en vervormen. Ik wilde dat het een echt wandobject zou worden. Een soort muurschimmel die vrij over de muur woekert en niet ingekaderd wordt. Ik ben heel blij met het resultaat. Nu moet er alleen wel weer andere ‘vloerbedekking’ komen voor Say no Evil.

 

In het volgende blog zal ik een foto posten van het eindresultaat. Ik wacht tot het weer wat lichter wordt.

 

Kant

Het hoofd van de vrouw begint al aardig overwoekerd te raken met zachte roze bloemen. Dat is mooi. Dat wil zeggen: fijn dat het vordert. En de bloemen zijn ook mooi natuurlijk. Maar of het nou zo prettig is om overwoekerd te raken? Een paar bloemetjes achter een oor staan wel goed, maar ze lijken haar nu te gaan verstikken. Welke kant gaat dit op? Ik laat het in het midden. Ik kies geen kant.

Verzamelen

In de loop der jaren heb ik een hoop dingen verzameld. Blik, draad, oud ijzer, papier waarmee ik nog eens iets dacht te gaan maken. Vandaag gaat het naar de stort. Geen genade. Want per 1 januari ga ik naar een andere werkplek – het is nog niet zeker waar – en dat is een goede aanleiding om afscheid te nemen van alle goede plannen die het toch niet gehaald hebben.

Eigenlijk wil ik me daar nu niet mee bezighouden. Ik wil me concentreren op mijn werk. Omdat het me vanmorgen even benauwde, ben ik langs de rivier gaan lopen. En steentjes gaan verzamelen. Een probaat middel om weer rustig te worden en ruimte te voelen.

Zelf doen

Ik heb voor het eerst het werk van Wim Delvoye gezien in Museum Tinguely in Basel. En geroken: er stonden twee Cloaka’s – een soort poepmachines – waarvan één in werking. Het banale speelt een grote rol in zijn werk en hij combineert dat met moderne technieken en oude ambachten.

Dat zie ik graag: ouderwets handwerk in een nieuwe toepassing. Het was heel verfijnd gemaakt, niet door Delvoye zelf maar door een vakman die dat al jaren doet. De kunstenaar is in dit geval alleen de bedenker.

Delvoye moet van tevoren heel goed weten wat hij wil om het maakwerk te kunnen uitbesteden. Hoe anders werkt dat bij mij. Ik heb vooraf geen vastomlijnd beeld in mijn hoofd. Het verandert ook terwijl ik bezig ben. Dat maakt het lastig om iets aan een ander over te dragen. Dus bedenk ik niks dat ik niet zelf kan maken of leer ik om het zelf te doen.

 

Time is on my side (Jerry Ragovoy)

Nieuwe ogen

Ik ben op zoek naar een gezicht voor de staande vrouwfiguur. Het is het ingewikkeldste onderdeel om te maken, met al die holtes en bollingen. Een gezicht kan ook zo veel uitdrukken. De ogen alleen al. Ik had een mooi paar gemaakt en nu ik er opnieuw naar kijk, zie ik dat ze niet bij deze figuur passen. ‘Mislukt er weleens wat?’ vroeg mijn schoonmoeder me pas. ‘Nee’, was mijn antwoord, ‘ik herstel en verstel net zo lang tot het goed is.’

Chaos

Chaos vormt de basis voor creativiteit, hoor ik vaak. Als nog niet alles vastligt in regeltjes en structuren, kan iets nieuws ontstaan. Maar vandaag merk ik dat het averechts werkt: de wanorde – die ik zelf heb laten ontstaan – verhindert mij lekker aan het werk te gaan. Ik verlang ernaar me te kunnen focussen, zonder afleiding. ‘Leegte’ is de oorspronkelijke betekenis van het Griekse woord chaos. Wij hebben daar later een zooitje van gemaakt. Op het moment dat ik dit schrijf, belt er iemand die me een krant wil verkopen. De pakketdienst levert vier zware dozen af voor mijn buurman die niet thuis is. Gauw dit stukje afmaken en naar mijn atelier!

Krantenkop

Haar hele lijf is gevuld met zachte kussenvulling, maar ze heeft een hard hoofd. Het is gevuld met berichten over de kabinetsformatie, plastic soep en Trump. Je zou er koppijn van kunnen krijgen.

De komende weken laat ik het hoofd even rusten, zodat ik werk kan gaan maken en vermaken voor een groepsexpositie in juli. Het kost me even moeite om het los te laten. Ze komt al bijna tot leven.

Idee

“Inspiratie bestaat, maar het moet je wel werkend aantreffen”*, is een mooie uitspraak van Picasso. En dat klopt, als ik aan het werk ben, komen de ideeën vanzelf naar me toe. Zo bedacht ik eens dat het wel gaaf zou zijn om een figuur van stevige stof te naaien en die te vullen met beton. Hoe zou dat eruit zien als je het textiel eraf trekt wanneer het hard is geworden? Ik heb meteen betonmortel gekocht. De zak heeft twee jaar hard staan worden in de kelder.

Gisteren zag ik bij Museum Beelden aan Zee een prachtig, beklemmend beeld van Katinka Kersten: vijf gestapelde betonnen mensfiguren. In de plooien zat nog rafelige stof. Waarschijnlijk was ik uitgekomen op een heel ander resultaat als ik het plan had doorgezet, maar Katinka laat wel mooi zien dat het een uitstekend plan was.

 

* La inspiración existe, pero tiene que encontrarte trabajando.