Evolutie

Dit werk is in een jaar flink geëvolueerd. Eerst was het onderdeel van de installatie Say no Evil en lag het op de grond als een bubbelend moerasje. Na een expositie werd het een hachelijk obstakel in mijn atelier en heb ik het aan de muur gehangen op de gang. Dat pakte verrassend goed uit. Tegen de witte achtergrond kregen de ringetjes een mooie grafische kwaliteit. Het enige nadeel was dat het werk zo flexibel was dat het niet goed zelfstandig kon hangen. Daarom had ik het op grote panelen bevestigd zodat het in vorm zou blijven voor de volgende expositie.

Toen vervolgens de kunstcoördinator van de HAN haar oog erop liet vallen en zei dat ze er wel een mooie plek voor wist in het gebouw aan de Kapittelweg 33 in Nijmegen, heb ik alles weer losgehaald en een constructiewijze bedacht waarbij de delen wel vrij mogen hangen en vervormen. Ik wilde dat het een echt wandobject zou worden. Een soort muurschimmel die vrij over de muur woekert en niet ingekaderd wordt. Ik ben heel blij met het resultaat. Nu moet er alleen wel weer andere ‘vloerbedekking’ komen voor Say no Evil.

 

In het volgende blog zal ik een foto posten van het eindresultaat. Ik wacht tot het weer wat lichter wordt.

 

Kant

Het hoofd van de vrouw begint al aardig overwoekerd te raken met zachte roze bloemen. Dat is mooi. Dat wil zeggen: fijn dat het vordert. En de bloemen zijn ook mooi natuurlijk. Maar of het nou zo prettig is om overwoekerd te raken? Een paar bloemetjes achter een oor staan wel goed, maar ze lijken haar nu te gaan verstikken. Welke kant gaat dit op? Ik laat het in het midden. Ik kies geen kant.

Bloei

Eerst moest het gezicht af, daarna is mijn textiele figuur tot bloei gekomen. Ik wil er meer en meer bloemen aan toevoegen. Dit had ik niet van tevoren bedacht. Ik wist dat ik op deze figuur zou gaan borduren, dat wel. En dat de figuur overwoekerd zou raken. Maar het idee van de driedimensionale bloemen ontvouwde zich pas later. Tijdens het arbeidsintensieve maakproces heeft het de tijd gehad om te ontkiemen, te groeien en tot bloei te komen.

Wanneer is het genoeg?

Het groepje microben is de laatste tijd aardig gegroeid. Er zijn een paar bolbuikige typetjes bijgekomen en een paar kleintjes. Een gezellige familie staat in een bescheiden hoekje van het atelier.

Maar dat is niet genoeg. Ik wil dat ze brutaal de ruimte over nemen, dat je niet meer om ze heen kunt. Dus moet er meer herrie en rotzooi gemaakt worden, moeten er meer wasrekken, tuinmeubels en tafelpoten met een slijptol aan gort worden gezaagd.

En dan weer met veel geduld voorzichtig alles aan elkaar knopen. Net zo lang tot ik er helemaal genoeg van heb.

Biologisch geïnspireerd

Vorige week fotografeerde ik op een wandeling in het bos oranje boomzwammen en mos. Toen ik de foto later terugzag, merkte ik ineens de gelijkenis op met mijn eigen werk van tuinslangringetjes. Met terugwerkende kracht had ik mijn inspiratiebron gevonden.

De overeenkomsten die het meest in het oog springen zijn de kleurencombinatie en de onregelmatige verdeling van de eilandjes oranje over het groen. Maar dat is niet wat mij het meest inspireert. Fascinerend is vooral het woekeren van een organisme, in dit geval de boomzwam. Het laat een grote levenskracht zien. Tegelijkertijd duidt het op ziekte en verval, want de zwam gebruikt de boom als voedingsbodem. Met enzymen onttrekt hij voedingsstoffen uit het hout, waardoor de houtstructuur wordt aangetast.

In de natuur is niets goed of fout, mooi of lelijk. Er schuilt schoonheid in alles.