Frankensteinen (2)

In de bioscoop zag ik pas een poster van Logan: een film over een mutant met enge ijzeren uitsteeksels aan zijn hand. Daar moest ik aan denken toen ik de handen aan mijn figuur ging zetten. Om ze voldoende stevigheid en expressie te geven, heb ik er ijzerdraad in gedaan. Met alleen naald en draad is het moeilijk om de juiste kromming en spreiding van de vingers te krijgen. Bij deze figuur passen geen slappe handjes.

Frankensteinen

Veel mensen krijgen allerlei gruwelijke associaties bij het zien van een foto van losse vingers of tenen. Het ziet eruit als een amputatie. Ik kan zelf echter helemaal vertederd naar deze kromme vingertjes kijken. Ik zie iets ontstaan. Nieuw leven!

De handen zijn de meest bewerkelijke onderdelen van mijn figuur. Graag verlies ik me helemaal in de details. Vingerkootjes, hart- en levenslijnen, knokkels en nagels; het krijgt allemaal heel veel liefdevolle aandacht. Ik kan er uren in opperste concentratie aan werken. En zo wordt Dokter Frankenstein helemaal zen.

Van binnen naar buiten

Geleidelijk komt er meer vlees op de botten van de nieuwe figuur. Van onder naar boven en van binnen naar buiten bouw ik haar op. Eerst bekleed ik het ijzeren geraamte met canvas en kussenvulling. Dit biedt houvast aan de buitenste laag – de ‘huid’ van kaasdoek – die de uiteindelijke vorm bepaalt.

Deze werkwijze is vrij omslachtig. Het zou efficiënter zijn om eerst een lichaamsvorm te maken en deze vervolgens te omspannen met textiel. Maar die stevigheid, die huid die strak rondom solide vormen sluit, die zoek ik niet. Het moet kwetsbaar zijn. De binnenkant zacht, de buitenkant slechts een dunne, doorlatende barrière. Dat komt overeen met mijn beleving van lichaam en huid.

Menselijkheid en imperfectie

Voor de figuur die ik aan het maken ben, gebruik ik geen model. Ik werk op gevoel en kijk zo af en toe naar mijn eigen hand, voet of knie. Wel heb ik de ijzeren staven van het geraamte langs mijn lichaam gehouden om een indicatie te krijgen van de afmetingen. Het wordt daarom geen perfecte anatomische weergave van een lichaam. Toch ziet het er heel menselijk uit. Ik denk dat juist imperfectie zorgt voor een menselijke, kwetsbare uitstraling.

Gaandeweg zie ik onvolmaaktheden ontstaan. Moet ik deze behouden of wegwerken? Zo zijn de voorvoeten nu wat groot in verhouding tot de slanke benen. Voorlopig houd ik het zo. Het stoort me niet. Integendeel, het levert een mooie tegenstelling op: de figuur staat met haar voeten stevig op de grond, terwijl ze er verder zo fragiel uitziet. Pas als de figuur verder voltooid is, weet ik of het klopt.