Evolutie

Dit werk is in een jaar flink geëvolueerd. Eerst was het onderdeel van de installatie Say no Evil en lag het op de grond als een bubbelend moerasje. Na een expositie werd het een hachelijk obstakel in mijn atelier en heb ik het aan de muur gehangen op de gang. Dat pakte verrassend goed uit. Tegen de witte achtergrond kregen de ringetjes een mooie grafische kwaliteit. Het enige nadeel was dat het werk zo flexibel was dat het niet goed zelfstandig kon hangen. Daarom had ik het op grote panelen bevestigd zodat het in vorm zou blijven voor de volgende expositie.

Toen vervolgens de kunstcoördinator van de HAN haar oog erop liet vallen en zei dat ze er wel een mooie plek voor wist in het gebouw aan de Kapittelweg 33 in Nijmegen, heb ik alles weer losgehaald en een constructiewijze bedacht waarbij de delen wel vrij mogen hangen en vervormen. Ik wilde dat het een echt wandobject zou worden. Een soort muurschimmel die vrij over de muur woekert en niet ingekaderd wordt. Ik ben heel blij met het resultaat. Nu moet er alleen wel weer andere ‘vloerbedekking’ komen voor Say no Evil.

 

In het volgende blog zal ik een foto posten van het eindresultaat. Ik wacht tot het weer wat lichter wordt.

 

Bloei

Eerst moest het gezicht af, daarna is mijn textiele figuur tot bloei gekomen. Ik wil er meer en meer bloemen aan toevoegen. Dit had ik niet van tevoren bedacht. Ik wist dat ik op deze figuur zou gaan borduren, dat wel. En dat de figuur overwoekerd zou raken. Maar het idee van de driedimensionale bloemen ontvouwde zich pas later. Tijdens het arbeidsintensieve maakproces heeft het de tijd gehad om te ontkiemen, te groeien en tot bloei te komen.

Zelf doen

Ik heb voor het eerst het werk van Wim Delvoye gezien in Museum Tinguely in Basel. En geroken: er stonden twee Cloaka’s – een soort poepmachines – waarvan één in werking. Het banale speelt een grote rol in zijn werk en hij combineert dat met moderne technieken en oude ambachten.

Dat zie ik graag: ouderwets handwerk in een nieuwe toepassing. Het was heel verfijnd gemaakt, niet door Delvoye zelf maar door een vakman die dat al jaren doet. De kunstenaar is in dit geval alleen de bedenker.

Delvoye moet van tevoren heel goed weten wat hij wil om het maakwerk te kunnen uitbesteden. Hoe anders werkt dat bij mij. Ik heb vooraf geen vastomlijnd beeld in mijn hoofd. Het verandert ook terwijl ik bezig ben. Dat maakt het lastig om iets aan een ander over te dragen. Dus bedenk ik niks dat ik niet zelf kan maken of leer ik om het zelf te doen.

 

Time is on my side (Jerry Ragovoy)

Verder

Soms wil ik verder zijn dan ik ben. Nu had ik het hoofd op het haar na af willen hebben. Dat is dus niet gelukt. Toch laat ik zien waar ik nu ben en hoe ik hier gekomen ben, want het proces is minstens even belangrijk als het eindresultaat. Ik heb na elke stap die ik heb gezet even stil gestaan en het tussenresultaat bewonderd. Het is voor mij ook steeds weer een verrassing hoe het uitpakt. Als het helemaal af is, ben ik die verwondering kwijt.

Nieuwe ogen

Ik ben op zoek naar een gezicht voor de staande vrouwfiguur. Het is het ingewikkeldste onderdeel om te maken, met al die holtes en bollingen. Een gezicht kan ook zo veel uitdrukken. De ogen alleen al. Ik had een mooi paar gemaakt en nu ik er opnieuw naar kijk, zie ik dat ze niet bij deze figuur passen. ‘Mislukt er weleens wat?’ vroeg mijn schoonmoeder me pas. ‘Nee’, was mijn antwoord, ‘ik herstel en verstel net zo lang tot het goed is.’

Stimulans

Ik ben heel productief geweest, getuige onderstaand fotoverslag. Volgende maand doe ik mee aan een groepsexpositie (In Galerie de Nieuwe Gang) en dat geeft een zekere druk, op een positieve manier. Ik kan er bestaand werk exposeren – textiele objecten waar ik gedichten op heb geborduurd -, maar ik wil ook graag iets nieuws laten zien en de oudere werken aanpassen en aanvullen. Het is dus heel stimulerend om een expositie in het vooruitzicht te hebben. Ik moet er werk van gaan maken dat dat vaker gebeurt.

Krantenkop

Haar hele lijf is gevuld met zachte kussenvulling, maar ze heeft een hard hoofd. Het is gevuld met berichten over de kabinetsformatie, plastic soep en Trump. Je zou er koppijn van kunnen krijgen.

De komende weken laat ik het hoofd even rusten, zodat ik werk kan gaan maken en vermaken voor een groepsexpositie in juli. Het kost me even moeite om het los te laten. Ze komt al bijna tot leven.

Rafelrandjes en losse draadjes

‘Ga je het nog verder afwerken?’ vraagt iemand me soms. Het antwoord is nee. Rafelrandjes en losse draadjes horen erbij. We hebben ze allemaal. Ze vertellen ons levensverhaal. Als je ze verbergt, laat je jezelf niet helemaal zien om te voldoen aan een beter, perfecter beeld.

Terwijl al die naadjes en draadjes, al dat herstel- en verstelwerk, juist aantonen hoe hard je je best hebt gedaan om verbeteringen aan te brengen. Dat heel moedig! Het getuigt van flexibiliteit en doorzettingsvermogen. Daarom vind ik het niet erg als ik iets moet verstellen en er nog een stiksel bij moet komen. Het maakt het werk alleen maar mooier, completer. Want ik wil geen perfect beeld neerzetten, ik wil kwetsbaarheid en kracht laten zien.