Kant

Het hoofd van de vrouw begint al aardig overwoekerd te raken met zachte roze bloemen. Dat is mooi. Dat wil zeggen: fijn dat het vordert. En de bloemen zijn ook mooi natuurlijk. Maar of het nou zo prettig is om overwoekerd te raken? Een paar bloemetjes achter een oor staan wel goed, maar ze lijken haar nu te gaan verstikken. Welke kant gaat dit op? Ik laat het in het midden. Ik kies geen kant.

Bloei

Eerst moest het gezicht af, daarna is mijn textiele figuur tot bloei gekomen. Ik wil er meer en meer bloemen aan toevoegen. Dit had ik niet van tevoren bedacht. Ik wist dat ik op deze figuur zou gaan borduren, dat wel. En dat de figuur overwoekerd zou raken. Maar het idee van de driedimensionale bloemen ontvouwde zich pas later. Tijdens het arbeidsintensieve maakproces heeft het de tijd gehad om te ontkiemen, te groeien en tot bloei te komen.

Juf

Sinds kort geef ik les. Twee leerlingen heb ik. De een wil leren lassen, de ander wil haar voorraad lappen verwerken tot bonte dierfiguren. Twee heel verschillende bezigheden dus, maar een ding hebben de lessen gemeen: het gaat er heel ontspannen aan toe.

Dat ging wel anders toen ik stage liep voor de deeltijd Pabo. Met zweetoksels stond ik voor de groep. De kinderen spaarden me – volgens mijn stagebegeleider – omdat ik veel crediet bij ze had opgebouwd door naar hun verhalen te luisteren.

Echte aandacht dus. Ik realiseer me steeds meer hoe belangrijk dat voor mij is. Voor de klas kwam ik daar niet voldoende aan toe. Ik voelde goed aan wat de kinderen nodig hadden, merkte dat daar grote verschillen in waren en probeerde het onmogelijke: aan al die behoeftes voldoen. Met een privéles kan ik mijn volle aandacht aan die ene persoon geven. Zo kan ik er helemaal zijn, niet alleen voor de leerling, maar ook voor mezelf.

Vilt

Fijn om weer een nieuwe techniek te leren. De afgelopen 3 weken heb ik lessen vilten en borduren gevolgd bij Olivera Micovic. In de zomer had ik al eens kennis gemaakt met vilt, bij een workshop van Astrid Polman. Dit kan ik vast een keer toepassen in mijn werk, dacht ik toen al. Want met vilten kun je wol in allerlei vormen boetseren. En het leent zich ook goed voor de schimmel- en mosachtige texturen die ik zo mooi vind. Maar echt een duidelijk plan heb ik nog niet. De ideeën komen vanzelf als ik aan het werk ben en dan is het heel prettig als ik uit verschillende technieken kan kiezen om het te realiseren.

Frankensteinen (2)

In de bioscoop zag ik pas een poster van Logan: een film over een mutant met enge ijzeren uitsteeksels aan zijn hand. Daar moest ik aan denken toen ik de handen aan mijn figuur ging zetten. Om ze voldoende stevigheid en expressie te geven, heb ik er ijzerdraad in gedaan. Met alleen naald en draad is het moeilijk om de juiste kromming en spreiding van de vingers te krijgen. Bij deze figuur passen geen slappe handjes.

Frankensteinen

Veel mensen krijgen allerlei gruwelijke associaties bij het zien van een foto van losse vingers of tenen. Het ziet eruit als een amputatie. Ik kan zelf echter helemaal vertederd naar deze kromme vingertjes kijken. Ik zie iets ontstaan. Nieuw leven!

De handen zijn de meest bewerkelijke onderdelen van mijn figuur. Graag verlies ik me helemaal in de details. Vingerkootjes, hart- en levenslijnen, knokkels en nagels; het krijgt allemaal heel veel liefdevolle aandacht. Ik kan er uren in opperste concentratie aan werken. En zo wordt Dokter Frankenstein helemaal zen.

Van binnen naar buiten

Geleidelijk komt er meer vlees op de botten van de nieuwe figuur. Van onder naar boven en van binnen naar buiten bouw ik haar op. Eerst bekleed ik het ijzeren geraamte met canvas en kussenvulling. Dit biedt houvast aan de buitenste laag – de ‘huid’ van kaasdoek – die de uiteindelijke vorm bepaalt.

Deze werkwijze is vrij omslachtig. Het zou efficiënter zijn om eerst een lichaamsvorm te maken en deze vervolgens te omspannen met textiel. Maar die stevigheid, die huid die strak rondom solide vormen sluit, die zoek ik niet. Het moet kwetsbaar zijn. De binnenkant zacht, de buitenkant slechts een dunne, doorlatende barrière. Dat komt overeen met mijn beleving van lichaam en huid.

Menselijkheid en imperfectie

Voor de figuur die ik aan het maken ben, gebruik ik geen model. Ik werk op gevoel en kijk zo af en toe naar mijn eigen hand, voet of knie. Wel heb ik de ijzeren staven van het geraamte langs mijn lichaam gehouden om een indicatie te krijgen van de afmetingen. Het wordt daarom geen perfecte anatomische weergave van een lichaam. Toch ziet het er heel menselijk uit. Ik denk dat juist imperfectie zorgt voor een menselijke, kwetsbare uitstraling.

Gaandeweg zie ik onvolmaaktheden ontstaan. Moet ik deze behouden of wegwerken? Zo zijn de voorvoeten nu wat groot in verhouding tot de slanke benen. Voorlopig houd ik het zo. Het stoort me niet. Integendeel, het levert een mooie tegenstelling op: de figuur staat met haar voeten stevig op de grond, terwijl ze er verder zo fragiel uitziet. Pas als de figuur verder voltooid is, weet ik of het klopt.