Hoofd en hart

Met een slijptol heb ik gisteren mijn beeld onthoofd. Een pijnlijke en noodzakelijke ingreep. Het beeld vroeg er al een tijdje om, maar ik negeerde het nog even. Ik luisterde ondertussen wel goed naar de andere dingen die het zei en liet me zo een hele andere kant opvoeren dan ik aanvankelijk had bedacht. Want het moest eigenlijk een figuur van stof worden, bekroond met een stralende zon. In mijn hoofd was het al klaar. Maar het metalen skelet dat ik als drager had gelast, wilde gezien blijven. Er ontstond een driedimensionale tekening in een woeste, schetsmatige stijl. Het zonnige hoofd viel daarbij uiteindelijk uit de toon.

Wat had ik willen uitbeelden met die stralenkrans? Dat je vrij van gedachten kunt zijn en er dan ruimte is voor een ander soort weten. Dat is in de praktijk helemaal niet eenvoudig, heb ik met het bouwen van dit beeld weer eens ondervonden. En dan is het fijn als er even iemand met je meekijkt en verwoordt wat je eigenlijk al weet. Dank je wel Casper.

 

Nest

Meer dan een jaar heb ik aan Fille en fleur gewerkt. Meteen heeft ze een nieuwe plek gevonden, bij de HAN.* Zodra ze het nest had verlaten, sprongen er nieuwe projecten uit de lades en kasten. Als katten die te lang alleen zijn gelaten sloegen ze hun nagels naar me uit, mauwden ze om het hardst en drukten ze zich tegen me aan. Ik heb ze allemaal tegelijk op schoot genomen en kom handen te kort.

* Fille en fleur is te zien in de Hogeschool Arnhem Nijmegen, Kapittelweg 33, Nijmegen

Met naald en hamer

Vanmorgen was ik aan het smeden, nu ben ik aan het borduren. Een fijne afwisseling van motoriek, techniek en dynamiek. Het werken met textiel vraagt heel veel tijd en uiterste concentratie. Het is een verademing om even lekker met een hamer te kunnen rammen.

Laatst las ik in een artikel* dat je je als kunstenaar beter kunt verdiepen als je je op slechts een techniek concentreert. Pas als je iets helemaal in de vinger hebt, kun je gaan vernieuwen. Een overtuigend stuk. Even was ik van plan het advies ter harte te nemen. Maar acht uur per dag naaien en borduren is veel hoor! Ik denk dat ik zo’n uitstapje als vandaag nodig heb om mijn arbeidsintensieve textiele werk te kunnen voltooien.

 

* Less is more, 8 redenen om je te beperken tot een paar technieken, TXP #242, p 28

Steunen

  

Afgelopen week heb ik twee standaards gemaakt van betonijzer. Ze gaan fragiele, textiele objecten dragen en vervullen daarmee een onmisbare rol. Zonder steun – letterlijk en figuurlijk – zou mijn werk niet van de grond komen.

Veel ondersteuning heb ik zelf vooral gekregen van mijn vriend Marcel en ook van mijn collega Casper. Die had ik nodig omdat ik anderhalf jaar problemen heb gehad met mijn gezondheid en tegelijkertijd nieuwe wegen ben ingeslagen in mijn werk. Ik voelde me heel kwetsbaar. Soms verloor ik  de moed om verder te gaan, maar hun vertrouwen in mij was sterk als staal. Langzaamaan krijg ik nu meer stevigheid.

Juf

Sinds kort geef ik les. Twee leerlingen heb ik. De een wil leren lassen, de ander wil haar voorraad lappen verwerken tot bonte dierfiguren. Twee heel verschillende bezigheden dus, maar een ding hebben de lessen gemeen: het gaat er heel ontspannen aan toe.

Dat ging wel anders toen ik stage liep voor de deeltijd Pabo. Met zweetoksels stond ik voor de groep. De kinderen spaarden me – volgens mijn stagebegeleider – omdat ik veel crediet bij ze had opgebouwd door naar hun verhalen te luisteren.

Echte aandacht dus. Ik realiseer me steeds meer hoe belangrijk dat voor mij is. Voor de klas kwam ik daar niet voldoende aan toe. Ik voelde goed aan wat de kinderen nodig hadden, merkte dat daar grote verschillen in waren en probeerde het onmogelijke: aan al die behoeftes voldoen. Met een privéles kan ik mijn volle aandacht aan die ene persoon geven. Zo kan ik er helemaal zijn, niet alleen voor de leerling, maar ook voor mezelf.

Wanneer is het genoeg?

Het groepje microben is de laatste tijd aardig gegroeid. Er zijn een paar bolbuikige typetjes bijgekomen en een paar kleintjes. Een gezellige familie staat in een bescheiden hoekje van het atelier.

Maar dat is niet genoeg. Ik wil dat ze brutaal de ruimte over nemen, dat je niet meer om ze heen kunt. Dus moet er meer herrie en rotzooi gemaakt worden, moeten er meer wasrekken, tuinmeubels en tafelpoten met een slijptol aan gort worden gezaagd.

En dan weer met veel geduld voorzichtig alles aan elkaar knopen. Net zo lang tot ik er helemaal genoeg van heb.

IJlheid en zwaartekracht

 

IJle, transparante vormen worden het, geïnspireerd op kleine organismen die in het water zweven. Toch zien ze er ook weerbaar uit met stekels en sprieten. De constructie van ijzeren ringen doet denken aan een maliënkolder.

Om het stugge metaal in een bolle vorm te krijgen, maak ik gebruik van de zwaartekracht. Het nieuwe organisme hangt op zijn kop over een bal tot het groot en stevig genoeg is om rechtop te staan. Dan neemt het zelf een vorm aan – nooit blijft het een perfecte bol – en die maak ik verder af. Zo groeit het langzaam uit tot een veelvormige groep.