Rafelrandjes en losse draadjes

‘Ga je het nog verder afwerken?’ vraagt iemand me soms. Het antwoord is nee. Rafelrandjes en losse draadjes horen erbij. We hebben ze allemaal. Ze vertellen ons levensverhaal. Als je ze verbergt, laat je jezelf niet helemaal zien om te voldoen aan een beter, perfecter beeld.

Terwijl al die naadjes en draadjes, al dat herstel- en verstelwerk, juist aantonen hoe hard je je best hebt gedaan om verbeteringen aan te brengen. Dat heel moedig! Het getuigt van flexibiliteit en doorzettingsvermogen. Daarom vind ik het niet erg als ik iets moet verstellen en er nog een stiksel bij moet komen. Het maakt het werk alleen maar mooier, completer. Want ik wil geen perfect beeld neerzetten, ik wil kwetsbaarheid en kracht laten zien.

Van binnen naar buiten

Geleidelijk komt er meer vlees op de botten van de nieuwe figuur. Van onder naar boven en van binnen naar buiten bouw ik haar op. Eerst bekleed ik het ijzeren geraamte met canvas en kussenvulling. Dit biedt houvast aan de buitenste laag – de ‘huid’ van kaasdoek – die de uiteindelijke vorm bepaalt.

Deze werkwijze is vrij omslachtig. Het zou efficiënter zijn om eerst een lichaamsvorm te maken en deze vervolgens te omspannen met textiel. Maar die stevigheid, die huid die strak rondom solide vormen sluit, die zoek ik niet. Het moet kwetsbaar zijn. De binnenkant zacht, de buitenkant slechts een dunne, doorlatende barrière. Dat komt overeen met mijn beleving van lichaam en huid.