Hoofd en hart

Met een slijptol heb ik gisteren mijn beeld onthoofd. Een pijnlijke en noodzakelijke ingreep. Het beeld vroeg er al een tijdje om, maar ik negeerde het nog even. Ik luisterde ondertussen wel goed naar de andere dingen die het zei en liet me zo een hele andere kant opvoeren dan ik aanvankelijk had bedacht. Want het moest eigenlijk een figuur van stof worden, bekroond met een stralende zon. In mijn hoofd was het al klaar. Maar het metalen skelet dat ik als drager had gelast, wilde gezien blijven. Er ontstond een driedimensionale tekening in een woeste, schetsmatige stijl. Het zonnige hoofd viel daarbij uiteindelijk uit de toon.

Wat had ik willen uitbeelden met die stralenkrans? Dat je vrij van gedachten kunt zijn en er dan ruimte is voor een ander soort weten. Dat is in de praktijk helemaal niet eenvoudig, heb ik met het bouwen van dit beeld weer eens ondervonden. En dan is het fijn als er even iemand met je meekijkt en verwoordt wat je eigenlijk al weet. Dank je wel Casper.

 

Heksensoep

Ik wil heel graag nog een levensgrote figuur van stof maken voor mijn solo-expositie in oktober.*  Dat is krap. Voor de vorige figuren heb ik veel meer tijd genomen. Maar ik kan het. Ik heb meer energie dan voorgaande jaren en die ga ik allemaal in deze figuur stoppen. De eerste stap is al gezet. De stof krijgt een mooie warmbruine kleur in een heksensoepje van water, azijn en oud ijzer. Het gaat gelijk al een heel eigen leven leiden.

*Expositie in Galerie Notre Dame des Arts

Krantenkop

Haar hele lijf is gevuld met zachte kussenvulling, maar ze heeft een hard hoofd. Het is gevuld met berichten over de kabinetsformatie, plastic soep en Trump. Je zou er koppijn van kunnen krijgen.

De komende weken laat ik het hoofd even rusten, zodat ik werk kan gaan maken en vermaken voor een groepsexpositie in juli. Het kost me even moeite om het los te laten. Ze komt al bijna tot leven.

Frankensteinen (2)

In de bioscoop zag ik pas een poster van Logan: een film over een mutant met enge ijzeren uitsteeksels aan zijn hand. Daar moest ik aan denken toen ik de handen aan mijn figuur ging zetten. Om ze voldoende stevigheid en expressie te geven, heb ik er ijzerdraad in gedaan. Met alleen naald en draad is het moeilijk om de juiste kromming en spreiding van de vingers te krijgen. Bij deze figuur passen geen slappe handjes.

Menselijkheid en imperfectie

Voor de figuur die ik aan het maken ben, gebruik ik geen model. Ik werk op gevoel en kijk zo af en toe naar mijn eigen hand, voet of knie. Wel heb ik de ijzeren staven van het geraamte langs mijn lichaam gehouden om een indicatie te krijgen van de afmetingen. Het wordt daarom geen perfecte anatomische weergave van een lichaam. Toch ziet het er heel menselijk uit. Ik denk dat juist imperfectie zorgt voor een menselijke, kwetsbare uitstraling.

Gaandeweg zie ik onvolmaaktheden ontstaan. Moet ik deze behouden of wegwerken? Zo zijn de voorvoeten nu wat groot in verhouding tot de slanke benen. Voorlopig houd ik het zo. Het stoort me niet. Integendeel, het levert een mooie tegenstelling op: de figuur staat met haar voeten stevig op de grond, terwijl ze er verder zo fragiel uitziet. Pas als de figuur verder voltooid is, weet ik of het klopt.

Eerste stappen

Eigenlijk was ik al maanden geleden met deze figuur begonnen. Twee voeten lagen te wachten op benen en een lijf. Afgelopen week heb ik een ijzeren skelet gelast. Daarmee stond de houding gelijk al vast. En de volgende dag stond de figuur al op twee grote, witte voeten. Komisch zag dat eruit. Even heb ik overwogen het zo te laten, aangemoedigd door Casper en Els, met wie ik het atelier deel. Maar ik ben toch verder gegaan met het bekleden van de botjes, want het idee dat ik heb is te mooi om los te laten. Met elke toevoeging groeit mijn enthousiasme.