Vilt

Fijn om weer een nieuwe techniek te leren. De afgelopen 3 weken heb ik lessen vilten en borduren gevolgd bij Olivera Micovic. In de zomer had ik al eens kennis gemaakt met vilt, bij een workshop van Astrid Polman. Dit kan ik vast een keer toepassen in mijn werk, dacht ik toen al. Want met vilten kun je wol in allerlei vormen boetseren. En het leent zich ook goed voor de schimmel- en mosachtige texturen die ik zo mooi vind. Maar echt een duidelijk plan heb ik nog niet. De ideeën komen vanzelf als ik aan het werk ben en dan is het heel prettig als ik uit verschillende technieken kan kiezen om het te realiseren.

Biologisch geïnspireerd

Vorige week fotografeerde ik op een wandeling in het bos oranje boomzwammen en mos. Toen ik de foto later terugzag, merkte ik ineens de gelijkenis op met mijn eigen werk van tuinslangringetjes. Met terugwerkende kracht had ik mijn inspiratiebron gevonden.

De overeenkomsten die het meest in het oog springen zijn de kleurencombinatie en de onregelmatige verdeling van de eilandjes oranje over het groen. Maar dat is niet wat mij het meest inspireert. Fascinerend is vooral het woekeren van een organisme, in dit geval de boomzwam. Het laat een grote levenskracht zien. Tegelijkertijd duidt het op ziekte en verval, want de zwam gebruikt de boom als voedingsbodem. Met enzymen onttrekt hij voedingsstoffen uit het hout, waardoor de houtstructuur wordt aangetast.

In de natuur is niets goed of fout, mooi of lelijk. Er schuilt schoonheid in alles.

Rafelrandjes en losse draadjes

‘Ga je het nog verder afwerken?’ vraagt iemand me soms. Het antwoord is nee. Rafelrandjes en losse draadjes horen erbij. We hebben ze allemaal. Ze vertellen ons levensverhaal. Als je ze verbergt, laat je jezelf niet helemaal zien om te voldoen aan een beter, perfecter beeld.

Terwijl al die naadjes en draadjes, al dat herstel- en verstelwerk, juist aantonen hoe hard je je best hebt gedaan om verbeteringen aan te brengen. Dat heel moedig! Het getuigt van flexibiliteit en doorzettingsvermogen. Daarom vind ik het niet erg als ik iets moet verstellen en er nog een stiksel bij moet komen. Het maakt het werk alleen maar mooier, completer. Want ik wil geen perfect beeld neerzetten, ik wil kwetsbaarheid en kracht laten zien.

Frankensteinen (2)

In de bioscoop zag ik pas een poster van Logan: een film over een mutant met enge ijzeren uitsteeksels aan zijn hand. Daar moest ik aan denken toen ik de handen aan mijn figuur ging zetten. Om ze voldoende stevigheid en expressie te geven, heb ik er ijzerdraad in gedaan. Met alleen naald en draad is het moeilijk om de juiste kromming en spreiding van de vingers te krijgen. Bij deze figuur passen geen slappe handjes.

Frankensteinen

Veel mensen krijgen allerlei gruwelijke associaties bij het zien van een foto van losse vingers of tenen. Het ziet eruit als een amputatie. Ik kan zelf echter helemaal vertederd naar deze kromme vingertjes kijken. Ik zie iets ontstaan. Nieuw leven!

De handen zijn de meest bewerkelijke onderdelen van mijn figuur. Graag verlies ik me helemaal in de details. Vingerkootjes, hart- en levenslijnen, knokkels en nagels; het krijgt allemaal heel veel liefdevolle aandacht. Ik kan er uren in opperste concentratie aan werken. En zo wordt Dokter Frankenstein helemaal zen.

Van binnen naar buiten

Geleidelijk komt er meer vlees op de botten van de nieuwe figuur. Van onder naar boven en van binnen naar buiten bouw ik haar op. Eerst bekleed ik het ijzeren geraamte met canvas en kussenvulling. Dit biedt houvast aan de buitenste laag – de ‘huid’ van kaasdoek – die de uiteindelijke vorm bepaalt.

Deze werkwijze is vrij omslachtig. Het zou efficiënter zijn om eerst een lichaamsvorm te maken en deze vervolgens te omspannen met textiel. Maar die stevigheid, die huid die strak rondom solide vormen sluit, die zoek ik niet. Het moet kwetsbaar zijn. De binnenkant zacht, de buitenkant slechts een dunne, doorlatende barrière. Dat komt overeen met mijn beleving van lichaam en huid.

Menselijkheid en imperfectie

Voor de figuur die ik aan het maken ben, gebruik ik geen model. Ik werk op gevoel en kijk zo af en toe naar mijn eigen hand, voet of knie. Wel heb ik de ijzeren staven van het geraamte langs mijn lichaam gehouden om een indicatie te krijgen van de afmetingen. Het wordt daarom geen perfecte anatomische weergave van een lichaam. Toch ziet het er heel menselijk uit. Ik denk dat juist imperfectie zorgt voor een menselijke, kwetsbare uitstraling.

Gaandeweg zie ik onvolmaaktheden ontstaan. Moet ik deze behouden of wegwerken? Zo zijn de voorvoeten nu wat groot in verhouding tot de slanke benen. Voorlopig houd ik het zo. Het stoort me niet. Integendeel, het levert een mooie tegenstelling op: de figuur staat met haar voeten stevig op de grond, terwijl ze er verder zo fragiel uitziet. Pas als de figuur verder voltooid is, weet ik of het klopt.

IJlheid en zwaartekracht

 

IJle, transparante vormen worden het, geïnspireerd op kleine organismen die in het water zweven. Toch zien ze er ook weerbaar uit met stekels en sprieten. De constructie van ijzeren ringen doet denken aan een maliënkolder.

Om het stugge metaal in een bolle vorm te krijgen, maak ik gebruik van de zwaartekracht. Het nieuwe organisme hangt op zijn kop over een bal tot het groot en stevig genoeg is om rechtop te staan. Dan neemt het zelf een vorm aan – nooit blijft het een perfecte bol – en die maak ik verder af. Zo groeit het langzaam uit tot een veelvormige groep.

Eerste stappen

Eigenlijk was ik al maanden geleden met deze figuur begonnen. Twee voeten lagen te wachten op benen en een lijf. Afgelopen week heb ik een ijzeren skelet gelast. Daarmee stond de houding gelijk al vast. En de volgende dag stond de figuur al op twee grote, witte voeten. Komisch zag dat eruit. Even heb ik overwogen het zo te laten, aangemoedigd door Casper en Els, met wie ik het atelier deel. Maar ik ben toch verder gegaan met het bekleden van de botjes, want het idee dat ik heb is te mooi om los te laten. Met elke toevoeging groeit mijn enthousiasme.