Chaos

Chaos vormt de basis voor creativiteit, hoor ik vaak. Als nog niet alles vastligt in regeltjes en structuren, kan iets nieuws ontstaan. Maar vandaag merk ik dat het averechts werkt: de wanorde – die ik zelf heb laten ontstaan – verhindert mij lekker aan het werk te gaan. Ik verlang ernaar me te kunnen focussen, zonder afleiding. ‘Leegte’ is de oorspronkelijke betekenis van het Griekse woord chaos. Wij hebben daar later een zooitje van gemaakt. Op het moment dat ik dit schrijf, belt er iemand die me een krant wil verkopen. De pakketdienst levert vier zware dozen af voor mijn buurman die niet thuis is. Gauw dit stukje afmaken en naar mijn atelier!

Steunen

  

Afgelopen week heb ik twee standaards gemaakt van betonijzer. Ze gaan fragiele, textiele objecten dragen en vervullen daarmee een onmisbare rol. Zonder steun – letterlijk en figuurlijk – zou mijn werk niet van de grond komen.

Veel ondersteuning heb ik zelf vooral gekregen van mijn vriend Marcel en ook van mijn collega Casper. Die had ik nodig omdat ik anderhalf jaar problemen heb gehad met mijn gezondheid en tegelijkertijd nieuwe wegen ben ingeslagen in mijn werk. Ik voelde me heel kwetsbaar. Soms verloor ik  de moed om verder te gaan, maar hun vertrouwen in mij was sterk als staal. Langzaamaan krijg ik nu meer stevigheid.

Krantenkop

Haar hele lijf is gevuld met zachte kussenvulling, maar ze heeft een hard hoofd. Het is gevuld met berichten over de kabinetsformatie, plastic soep en Trump. Je zou er koppijn van kunnen krijgen.

De komende weken laat ik het hoofd even rusten, zodat ik werk kan gaan maken en vermaken voor een groepsexpositie in juli. Het kost me even moeite om het los te laten. Ze komt al bijna tot leven.

Wanneer is het genoeg?

Het groepje microben is de laatste tijd aardig gegroeid. Er zijn een paar bolbuikige typetjes bijgekomen en een paar kleintjes. Een gezellige familie staat in een bescheiden hoekje van het atelier.

Maar dat is niet genoeg. Ik wil dat ze brutaal de ruimte over nemen, dat je niet meer om ze heen kunt. Dus moet er meer herrie en rotzooi gemaakt worden, moeten er meer wasrekken, tuinmeubels en tafelpoten met een slijptol aan gort worden gezaagd.

En dan weer met veel geduld voorzichtig alles aan elkaar knopen. Net zo lang tot ik er helemaal genoeg van heb.

Rafelrandjes en losse draadjes

‘Ga je het nog verder afwerken?’ vraagt iemand me soms. Het antwoord is nee. Rafelrandjes en losse draadjes horen erbij. We hebben ze allemaal. Ze vertellen ons levensverhaal. Als je ze verbergt, laat je jezelf niet helemaal zien om te voldoen aan een beter, perfecter beeld.

Terwijl al die naadjes en draadjes, al dat herstel- en verstelwerk, juist aantonen hoe hard je je best hebt gedaan om verbeteringen aan te brengen. Dat heel moedig! Het getuigt van flexibiliteit en doorzettingsvermogen. Daarom vind ik het niet erg als ik iets moet verstellen en er nog een stiksel bij moet komen. Het maakt het werk alleen maar mooier, completer. Want ik wil geen perfect beeld neerzetten, ik wil kwetsbaarheid en kracht laten zien.

Frankensteinen (2)

In de bioscoop zag ik pas een poster van Logan: een film over een mutant met enge ijzeren uitsteeksels aan zijn hand. Daar moest ik aan denken toen ik de handen aan mijn figuur ging zetten. Om ze voldoende stevigheid en expressie te geven, heb ik er ijzerdraad in gedaan. Met alleen naald en draad is het moeilijk om de juiste kromming en spreiding van de vingers te krijgen. Bij deze figuur passen geen slappe handjes.

Frankensteinen

Veel mensen krijgen allerlei gruwelijke associaties bij het zien van een foto van losse vingers of tenen. Het ziet eruit als een amputatie. Ik kan zelf echter helemaal vertederd naar deze kromme vingertjes kijken. Ik zie iets ontstaan. Nieuw leven!

De handen zijn de meest bewerkelijke onderdelen van mijn figuur. Graag verlies ik me helemaal in de details. Vingerkootjes, hart- en levenslijnen, knokkels en nagels; het krijgt allemaal heel veel liefdevolle aandacht. Ik kan er uren in opperste concentratie aan werken. En zo wordt Dokter Frankenstein helemaal zen.

Van binnen naar buiten

Geleidelijk komt er meer vlees op de botten van de nieuwe figuur. Van onder naar boven en van binnen naar buiten bouw ik haar op. Eerst bekleed ik het ijzeren geraamte met canvas en kussenvulling. Dit biedt houvast aan de buitenste laag – de ‘huid’ van kaasdoek – die de uiteindelijke vorm bepaalt.

Deze werkwijze is vrij omslachtig. Het zou efficiënter zijn om eerst een lichaamsvorm te maken en deze vervolgens te omspannen met textiel. Maar die stevigheid, die huid die strak rondom solide vormen sluit, die zoek ik niet. Het moet kwetsbaar zijn. De binnenkant zacht, de buitenkant slechts een dunne, doorlatende barrière. Dat komt overeen met mijn beleving van lichaam en huid.