Kant

Het hoofd van de vrouw begint al aardig overwoekerd te raken met zachte roze bloemen. Dat is mooi. Dat wil zeggen: fijn dat het vordert. En de bloemen zijn ook mooi natuurlijk. Maar of het nou zo prettig is om overwoekerd te raken? Een paar bloemetjes achter een oor staan wel goed, maar ze lijken haar nu te gaan verstikken. Welke kant gaat dit op? Ik laat het in het midden. Ik kies geen kant.

Bloei

Eerst moest het gezicht af, daarna is mijn textiele figuur tot bloei gekomen. Ik wil er meer en meer bloemen aan toevoegen. Dit had ik niet van tevoren bedacht. Ik wist dat ik op deze figuur zou gaan borduren, dat wel. En dat de figuur overwoekerd zou raken. Maar het idee van de driedimensionale bloemen ontvouwde zich pas later. Tijdens het arbeidsintensieve maakproces heeft het de tijd gehad om te ontkiemen, te groeien en tot bloei te komen.

Verder

Soms wil ik verder zijn dan ik ben. Nu had ik het hoofd op het haar na af willen hebben. Dat is dus niet gelukt. Toch laat ik zien waar ik nu ben en hoe ik hier gekomen ben, want het proces is minstens even belangrijk als het eindresultaat. Ik heb na elke stap die ik heb gezet even stil gestaan en het tussenresultaat bewonderd. Het is voor mij ook steeds weer een verrassing hoe het uitpakt. Als het helemaal af is, ben ik die verwondering kwijt.

Nieuwe ogen

Ik ben op zoek naar een gezicht voor de staande vrouwfiguur. Het is het ingewikkeldste onderdeel om te maken, met al die holtes en bollingen. Een gezicht kan ook zo veel uitdrukken. De ogen alleen al. Ik had een mooi paar gemaakt en nu ik er opnieuw naar kijk, zie ik dat ze niet bij deze figuur passen. ‘Mislukt er weleens wat?’ vroeg mijn schoonmoeder me pas. ‘Nee’, was mijn antwoord, ‘ik herstel en verstel net zo lang tot het goed is.’

Stimulans

Ik ben heel productief geweest, getuige onderstaand fotoverslag. Volgende maand doe ik mee aan een groepsexpositie (In Galerie de Nieuwe Gang) en dat geeft een zekere druk, op een positieve manier. Ik kan er bestaand werk exposeren – textiele objecten waar ik gedichten op heb geborduurd -, maar ik wil ook graag iets nieuws laten zien en de oudere werken aanpassen en aanvullen. Het is dus heel stimulerend om een expositie in het vooruitzicht te hebben. Ik moet er werk van gaan maken dat dat vaker gebeurt.

Chaos

Chaos vormt de basis voor creativiteit, hoor ik vaak. Als nog niet alles vastligt in regeltjes en structuren, kan iets nieuws ontstaan. Maar vandaag merk ik dat het averechts werkt: de wanorde – die ik zelf heb laten ontstaan – verhindert mij lekker aan het werk te gaan. Ik verlang ernaar me te kunnen focussen, zonder afleiding. ‘Leegte’ is de oorspronkelijke betekenis van het Griekse woord chaos. Wij hebben daar later een zooitje van gemaakt. Op het moment dat ik dit schrijf, belt er iemand die me een krant wil verkopen. De pakketdienst levert vier zware dozen af voor mijn buurman die niet thuis is. Gauw dit stukje afmaken en naar mijn atelier!

Steunen

  

Afgelopen week heb ik twee standaards gemaakt van betonijzer. Ze gaan fragiele, textiele objecten dragen en vervullen daarmee een onmisbare rol. Zonder steun – letterlijk en figuurlijk – zou mijn werk niet van de grond komen.

Veel ondersteuning heb ik zelf vooral gekregen van mijn vriend Marcel en ook van mijn collega Casper. Die had ik nodig omdat ik anderhalf jaar problemen heb gehad met mijn gezondheid en tegelijkertijd nieuwe wegen ben ingeslagen in mijn werk. Ik voelde me heel kwetsbaar. Soms verloor ik  de moed om verder te gaan, maar hun vertrouwen in mij was sterk als staal. Langzaamaan krijg ik nu meer stevigheid.

Krantenkop

Haar hele lijf is gevuld met zachte kussenvulling, maar ze heeft een hard hoofd. Het is gevuld met berichten over de kabinetsformatie, plastic soep en Trump. Je zou er koppijn van kunnen krijgen.

De komende weken laat ik het hoofd even rusten, zodat ik werk kan gaan maken en vermaken voor een groepsexpositie in juli. Het kost me even moeite om het los te laten. Ze komt al bijna tot leven.

Wanneer is het genoeg?

Het groepje microben is de laatste tijd aardig gegroeid. Er zijn een paar bolbuikige typetjes bijgekomen en een paar kleintjes. Een gezellige familie staat in een bescheiden hoekje van het atelier.

Maar dat is niet genoeg. Ik wil dat ze brutaal de ruimte over nemen, dat je niet meer om ze heen kunt. Dus moet er meer herrie en rotzooi gemaakt worden, moeten er meer wasrekken, tuinmeubels en tafelpoten met een slijptol aan gort worden gezaagd.

En dan weer met veel geduld voorzichtig alles aan elkaar knopen. Net zo lang tot ik er helemaal genoeg van heb.