Juf

Sinds kort geef ik les. Twee leerlingen heb ik. De een wil leren lassen, de ander wil haar voorraad lappen verwerken tot bonte dierfiguren. Twee heel verschillende bezigheden dus, maar een ding hebben de lessen gemeen: het gaat er heel ontspannen aan toe.

Dat ging wel anders toen ik stage liep voor de deeltijd Pabo. Met zweetoksels stond ik voor de groep. De kinderen spaarden me – volgens mijn stagebegeleider – omdat ik veel crediet bij ze had opgebouwd door naar hun verhalen te luisteren.

Echte aandacht dus. Ik realiseer me steeds meer hoe belangrijk dat voor mij is. Voor de klas kwam ik daar niet voldoende aan toe. Ik voelde goed aan wat de kinderen nodig hadden, merkte dat daar grote verschillen in waren en probeerde het onmogelijke: aan al die behoeftes voldoen. Met een privéles kan ik mijn volle aandacht aan die ene persoon geven. Zo kan ik er helemaal zijn, niet alleen voor de leerling, maar ook voor mezelf.

Krantenkop

Haar hele lijf is gevuld met zachte kussenvulling, maar ze heeft een hard hoofd. Het is gevuld met berichten over de kabinetsformatie, plastic soep en Trump. Je zou er koppijn van kunnen krijgen.

De komende weken laat ik het hoofd even rusten, zodat ik werk kan gaan maken en vermaken voor een groepsexpositie in juli. Het kost me even moeite om het los te laten. Ze komt al bijna tot leven.

Idee

“Inspiratie bestaat, maar het moet je wel werkend aantreffen”*, is een mooie uitspraak van Picasso. En dat klopt, als ik aan het werk ben, komen de ideeën vanzelf naar me toe. Zo bedacht ik eens dat het wel gaaf zou zijn om een figuur van stevige stof te naaien en die te vullen met beton. Hoe zou dat eruit zien als je het textiel eraf trekt wanneer het hard is geworden? Ik heb meteen betonmortel gekocht. De zak heeft twee jaar hard staan worden in de kelder.

Gisteren zag ik bij Museum Beelden aan Zee een prachtig, beklemmend beeld van Katinka Kersten: vijf gestapelde betonnen mensfiguren. In de plooien zat nog rafelige stof. Waarschijnlijk was ik uitgekomen op een heel ander resultaat als ik het plan had doorgezet, maar Katinka laat wel mooi zien dat het een uitstekend plan was.

 

* La inspiración existe, pero tiene que encontrarte trabajando.

Leegmaken

De afgelopen week heb ik niet veel gemaakt. Ik heb vooral leeggemaakt: de zolder die vol spullen lag die ik niet meer ga gebruiken, mijn hoofd dat vol ideeën zat die niet meer kloppen. In de hoekjes ligt nog wat rommel. Dat moet ook nog weg. De zolder wordt dan een fotostudio waarin ik letterlijk voort ga borduren op de figuur die nu op een hoofd na klaar is. Hoe dat er precies uit moet gaan zien weet ik nog niet. Dat komt wel, wanneer mijn eigen hoofd weer helder is.

Groot durven denken

“Gebruik goedkoop materiaal, dan kun je groot werken,” zegt El Anatsui tegen zijn leerlingen. Afgelopen woensdag zag ik enkele relatief kleine werken van hem in de Prins Claus Fonds Galerie. Een film liet zien hoe hij met enkele werknemers veel grotere kunstwerken maakte voor de biënnale in Venetië. Eentje bedekte  de gevel van een Palazzo. Een schitterend gewaad gemaakt van afval. Duizenden aluminium flessendoppen werden daarvoor geplet, geperforeerd en aan elkaar geknoopt: een monnikenwerk.

Omdat ik zelf ook heel goed ben in het bedenken van tijdrovende klussen en  op dezelfde manier ringetjes van metaal of tuinslang aan elkaar knoop, wilde ik deze expositie graag zien. Uiteindelijk heeft de moed van El Anatsui me het meest geïnspireerd. Het lef om je land te verlaten, om mensen in dienst te nemen en om met hen samen grote dingen te maken. Zelf denk ik te vaak dat ik alles alleen moet doen en mijn ideeën onrealistisch zijn. Dat het gekkenwerk is, kortom. Ik neem voortaan een voorbeeld aan El Anatsui, voor wie niets te gek is.